Individuele aanpak

Re-integratie is een individueel proces. Met name bij mensen met een psychische beperking die zich moeilijk voorspelbaar ontwikkelen, zien re-integratietrajecten er bij ieder individu anders uit. Hoewel de processtappen in een re-integratietraject gelijk zijn, ziet de invulling van de stappen, de snelheid van ontwikkeling en de begeleiding er voor iedere cliënt anders uit.

Om een persoonsbeeld te kunnen vormen van de cliënt wordt gebruik gemaakt van het bio-psycho-sociale model (IPS, Drake, 1998; KIRA, Van Dijk & Rodenburg, 2004).
Dit model gaat ervan uit dat het persoonsbeeld van een cliënt wordt gevormd door de samenhang tussen biologische/medische, psychologische en sociale factoren: factoren die van invloed zijn op het competentieprofiel van de cliënt. De biologische/medische en psychologische variabelen worden in een sociaal perspectief geplaatst. Wij gebruiken dit model omdat de interventieruimte in een re-integratieproces voornamelijk ligt binnen dit sociale perspectief.

Vanuit de trajectmethodiek van Valkenburg en Coenen-Hanegraaf (2003) is het bio-psycho-sociale model vertaald naar vijf dimensies van denken, doen en voelen:

  • Wensen, motieven en reële aspecten
  • Vaardigheden en in de persoon gelegen factoren
  • Manieren van leren
  • Sociale achtergrond en netwerken
  • Sfeer en persoonlijkheid.

In de KIRA-methodiek (Van Dijk & Rodenburg, 2004) is de dimensie van sociale achtergrond en netwerken uitgewerkt vanuit het perspectief van de bij de arbeidstoeleiding betrokken partijen. Het gaat hierbij om de cliënt, de begeleider en het persoonlijk netwerk van de cliënt. Wij onderschrijven deze systematiek omdat de betrokkenen actief in het re-integratietraject worden betrokken.

 

Naast de ontwikkeling van een persoonsbeeld en competentieprofiel is het van belang inzicht te hebben in de verschillende systemen waarin de cliënt acteert. Vanuit het bio-psycho-sociale model wordt inzicht verkregen in de eigen omgeving van de cliënt. Gedurende het re-integratietraject zal de cliënt zich echter ook in andere omgevingen bevinden:

  • de SW-omgeving;
  • de reguliere arbeidsomgeving.

 

Als we dit vertalen naar re-integratie, betekent dit dat naast de eigen leefomgeving van de cliënt ook de SW-omgeving – en bij detacheren of begeleid werken de reguliere werkplek - in kaart moet worden gebracht. We gebruiken hiervoor een scan die vanuit vier dimensies inzicht geeft in de werkplek.

 

Individuele aanpak

Plan-Do-Check-Act-principe

Kennis van psychische beperkingen